Als er in het dashboard van je auto een rood lampje brandt, dan zit het probleem natuurlijk niet bij het lampje zelf. Het is een teken dat er elders in de auto iets niet goed functioneert. Je gaat ermee naar de monteur om het probleem op te sporen en de auto te repareren. Je zou raar opkijken als de monteur alleen het lampje zou afplakken, toch?
Waarom passen wij deze wijsheid dan niet toe op ons eigen leven?

As I began to love myself I found that anguish and emotional suffering are only warning signs that I was living against my own truth. Today, I know, this is authenticity.” – Charlie Chaplin

Door depressie te benaderen als een ziekte of aandoening, snijden we onszelf in de vingers.
We richten ons op de symptomen en zien dat als het probleem. Terwijl de klachten het resultaat zijn van een onderliggend proces. Hoe lang blijven we dit ‘rode lampje’ nog afplakken?
Of wordt het tijd om onder de motorkap te kijken?


Recap
In mijn vorige blog beschreef ik hoe depressie als label, niet bestaat. Het is geen ding, het is een actief proces met een functie. Door het als proces te benaderen, komt er ruimte voor verandering.

Depressie is een state: de totale emotionele en fysieke staat vanuit waar je op een bepaald moment handelt. Een state komt voort uit een combinatie van drie factoren: fysiologie, focus en taal. Afhankelijk van de context, gooi jij verschillende ingrediënten uit deze drie potjes bij elkaar. Dit doe je vooral via onbewuste patronen die jij gedurende je leven hebt (aan)geleerd.

Stel, jij slaagt erin om je gedurende langere tijd naar te voelen. Dan komt het erop neer dat jij structureel bepaalde patronen doet waarmee jij die state creëert. Dat is best even slikken, want opeens ligt de verantwoordelijkheid bij jou. Maar het geeft ook hoop.
Durf je die touwtjes in handen te nemen, dan pak jij de regie terug over jouw eigen leven.

Neuroplasticiteit
Je verandert voortdurend. De cellen waaruit jij bent opgebouwd worden steeds vervangen.
De moleculen waar jij uit bestaat worden voortdurend uitgewisseld met de omgeving. Na een paar jaar ben je bijna helemaal nieuw. Daar hoef je helemaal niets voor te doen. Hetzelfde blijven, dat kost pas moeite.

Vroeger dachten we dat je genen bepalen wie je bent. We waren er ook van overtuigd dat je DNA voor altijd vaststaat. Dat blijkt niet te kloppen. Epigenetisch onderzoek laat zien dat het DNA voortdurend wordt aangepast, afhankelijk van wat jij in je leven ervaart. Slim, evolutie in werking!

Ook de hersenen zijn meester in het aanpassen. Het blijkt dat ongeveer 95% van je identiteit voortkomt uit neurologische verbindingen in het brein (onbewuste patronen). Veel kenmerken van ons doen en laten zijn puur ingesleten verbindingen in de hersenen. Deze patronen worden opgeslagen in het onderbewuste en worden dus onbewust uitgevoerd. Zo hoef je niet elke dag alles opnieuw te leren.

Sommige onbewuste patronen zijn helpend, fijn of wenselijk. Andere patronen niet (meer). Gelukkig is het mogelijk om zelf die patronen te veranderen. Je hersenen zijn altijd in staat om nieuwe verbindingen (en dus patronen) te maken. En de verbindingen die je niet meer gebruikt, die vervagen juist. Dat heet neuroplasticiteit. Het is ongelofelijk hoeveel kracht en mogelijkheden je stiekem al bezit om positief te veranderen.



Positieve intentie
Elk gedrag heeft een positieve intentie.Mensen maken in iedere situatie de beste keuze die ze kunnen maken, vanuit de kennis en de mogelijkheden die ze op dat moment (denken te) hebben. Met dat gedrag proberen ze iets te bereiken, een bepaalde behoefte vervullen. Hoe destructief het gedrag ook lijkt, er zit voor de persoon zelf altijd een positieve intentie achter.

Dit is een belangrijk uitgangspunt. Veel behandelingen en (zelf)hulpmethodes zijn gericht op het afleren van het ongewenste gedrag. Mijn persoonlijke ervaring is dat de hele situatie nogal zwart-wit wordt benaderd. Goed en fout, normaal en abnormaal, ziek of gezond. Het ongewenste gedrag, daar moet je tegen vechten. Het gewenste gedrag moet je op wilskracht blijven doen.
Deze benadering heeft een aantal nadelige gevolgen.

Ten eerste: alles waar je aandacht aan geeft, groeit. Ergens tegen vechten, dat is ook aandacht.
Ten tweede: als je iets onderdrukt wat jou in een belangrijke behoefte voorziet, dan komt het hoe dan ook weer een keer omhoog. Al dan niet in een andere vorm.
Ten derde: jezelf afkeuren, dat is niet bevorderlijk voor je humeur. En door een deel van jezelf af te keuren, verbreek je zelfs de connectie die je nodig hebt om jezelf te ontdekken. Juist door de behoefte achter het oude patroon te ontdekken, kun je iets nieuws ontwikkelen wat nog beter voor je werkt. Het oude patroon vervaagt dan vanzelf. Met compassie en liefde kom je veel verder dan met strijd.


“If hating yourself could have made you happy, you would have been there already. Try something different.”


Uitgaan van een positieve intentie wil niet zeggen dat je alles maar moet toelaten of goedkeuren. Het betekent wel dat je respect opbrengt voor jezelf en voor een ander. Dit komt het contact ten goede, het haalt de schuldvraag uit de weg en het maakt de weg vrij voor nieuwe mogelijkheden. Zo wordt het veel makkelijker om zelf achter het stuur van jouw leven te gaan zitten.

Twijfel vooral

In mijn praktijk werk ik regelmatig met mensen die zich depressief voelen. Iedereen heeft een eigen verhaal. Als je luistert naar de inhoud, dan zie je uiteindelijk door de bomen het bos niet meer. Als je tussen de regels door gaat luisteren, dan ontdek je de structuur van het probleem.
Het is mij opgevallen dat ik vaak soortgelijke structuren zie terugkomen. Blijkbaar zijn er bepaalde patronen waarmee je heel effectief een rotgevoel kunt kweken. Net als dat er bepaalde patronen zijn voor een goed gevoel. Het is de kunst om ongewenste patronen boven water te halen, en betere ervoor in de plaats te (leren) zetten.

Dit klinkt allemaal heel simpel, en dat is het ook. Maar het is nog niet perse makkelijk.
Iemand moet namelijk eerst bereid zijn te stoppen met de dingen die niet werken, en te starten met de dingen die wel werken. Hierin zit gelijk de eerste uitdaging. Want veel mensen die zichzelf deprimeren, doen dit door zichzelf ervan te overtuigen dat ze niet kunnen of mogen veranderen.
Het doorbreken van dit patroon is dus een eerste punt van aandacht. Met de juiste vraagstelling kan deze overtuiging veranderen in twijfel, en van daaruit, nieuwsgierigheid. Zoals ze in verkoop-land zeggen: nee kan misschien worden, en misschien kan ja worden.

Cliché 

Als depressie veroorzaakt zou worden door nare ervaringen, dan zou iedereen depressief zijn.
Als soort zouden wij dan ook niet ver zijn gekomen, evolutionair gezien. Uitdagingen horen bij het leven, ze zullen er altijd zijn. Gelukkig maar, want zonder uitdaging is er ook geen groei.

Het klinkt als een cliché, maar inmiddels is het zelfs met onderzoek aangetoond: het is niet alleen wat er gebeurt, het is hoe je ermee omgaat. Mensen die bij uitdagingen of heftige gebeurtenissen depressief ‘worden’, blijken andere (denk)patronen te hanteren dan mensen die zich afstoffen en weer verder gaan. Terugval komt ook vaak voor. Dat komt niet door ‘de aard van depressie’, dat komt omdat de volgende uitdaging wordt beantwoord met hetzelfde patroon.
Verander je het patroon, dan krijg je een ander resultaat.


Trauma
Het ene patroon is wat makkelijker te wijzigen dan het andere. Elk patroon komt natuurlijk ergens vandaan, en ze hebben allemaal een functie (gehad). Het wijzigen van patronen met een belangrijke functie, heeft vaak wat meer voeten in de aarde. Zoals patronen die een respons zijn op trauma, bedoeld ter overleving.

Elk organisme op aarde heeft een ingebouwde drive om te overleven. Dankzij miljoenen jaren aan evolutie, ben jij uitgerust met allerlei aanpassingen en overlevingssystemen. Daarnaast beschik je over het vermogen om te leren: aanpassingsvermogen. Hier komen onbewuste patronen vandaan.

Elke ervaring die een beroep doet op jouw aanpassingsvermogen (geestelijk en/of lichamelijk) is stress op jouw systeem. Maar soms gaat een ervaring het aanpassingsvermogen te buiten. Voor het systeem lijkt de situatie dan onoverkomelijk, overweldigend, of zelfs levensbedreigend. Dat hoeft het feitelijk niet te zijn, het is relatief. Dit is wat wij trauma noemen.

Bij stress en trauma vinden er reacties plaats, zowel op neurologisch, biologisch en anatomisch niveau. Het ‘alarmsysteem’ van het lichaam slaat aan. Er komen allerlei stofjes vrij in het lichaam die jou klaarmaken om te vechten, vluchten of bevriezen. De hersenen halen een paar vernuftige kunstjes uit. Spieren, weefsels en organen doen mee. Alles om te overleven.

In principe regelt dit systeem zichzelf; als de dreiging voorbij is, kan de balans worden hersteld. Hiervoor hebben wij een aantal hele slimme ingebouwde mechanismen. Alleen maken wij hier als mens niet altijd optimaal gebruik van. Trauma laat dan diepe sporen na in het hele systeem. Ik heb het niet alleen over denkpatronen, maar ook fysiologische. Je kunt dan lullen als brugman, maar zo lang het lichaam gelooft dat de dreiging reëel is, blijf je hangen in die overlevingspatronen.

Er zijn verschillende onderzoeken die stellen dat depressie een vorm van immobilisatie is. Dat wil zeggen, een soort uit de hand gelopen ‘freeze’ reactie. Er is hier onverwerkt trauma in het spel.
Het is aan te raden om behalve met het hoofd, vooral ook aan de slag te gaan met het lichaam.
Het trauma helen, niet alleen de symptomen ervan.


Patronen

Without further ado, volgen hier de patronen die ik het meest tegenkom in de praktijk. 

  • Achterin de bus
    Achteraf gezien was depressie de perfecte oplossing voor de situatie waar ik me destijds in bevond. Voor mijn gevoel zat iedereen achter het stuur van mijn bus, behalve ikzelf. Ik had het idee dat ik niet was opgewassen tegen het leven. Ik was doodsbang: voor mezelf, voor anderen, voor de toekomst, om te leven. Ik durfde letterlijk niet verder te gaan. Depressie was een soort pauze-knop. Zo lang ik me verstopte onder die steen, hoefde ik nog niet verder met mijn leven.

    In mijn praktijk zie ik dit patroon heel vaak terug. Iemand plaatst de macht buiten zichzelf: “De wereld overkomt mij, ik heb geen invloed.” Zo lijkt de wereld een hele enge plek, en de kans is klein dat je zelf stappen zet om je situatie te verbeteren. Als je dan ook nog eens gaat geloven dat je een psychische aandoening hebt die je zomaar overkomt…dan heb je een mooie cocktail.

    Wie bestuurt jouw metaforische bus? Leg je de macht buiten jezelf, dan voel je je al gauw een speelbal van het universum. Je denkt niet: “Als ik dit gedrag doe, dan heeft het waarschijnlijk dat resultaat. Als ik dit andere gedrag doe, dan heeft het een ander resultaat.” Je denkt eerder: “Dit gedrag gebeurt gewoon, en ik zal moeten lijden onder de consequenties” en “Wat ik ook doe, het heeft toch geen zin.”

    Dit patroon komt vaak voort uit (traumatische) ervaringen uit het verleden, waarbij je niet bij machte was om een pijnlijke situatie te veranderen, of te verlaten. Je leerde dat eigen inbreng of inzet toch niets uithaalt. Dit wordt ook wel aangeleerde hulpeloosheid genoemd.

    Je bent gelukkig niet gedoemd dit patroon te blijven volgen. Je hersenen zijn plastisch, je lijf is veerkrachtig. Helen van trauma, leidt juist tot groei. Er zijn allerlei manieren om dit te bereiken.

  • Generaliseren
    Informatie kun je verwerken in kleine brokjes, en in grote. Sommige mensen houden zich meer bezig met details, anderen meer met het grotere geheel. Dit verschilt natuurlijk per context.
    Sommige mensen richten zich ook meer op problemen, anderen meer op wat ze wel willen.

    Een ‘probleem’ zit vaak in een detail. Vanuit het grotere geheel, lijkt het probleem minder groot.
    Het wordt een ander verhaal wanneer je denkt dat het probleem het grotere geheel is. Focus op details – met name de details die je niet leuk vind – en generaliseer ze totdat ze eeuwigdurend, allesomvattend en onoverkomelijk lijken. Een geweldig recept voor een pesthumeur, weet ik uit ervaring.

    Omgekeerd levert deze denkstijl ook vaak onhaalbare (behandel)doelen op. Als je toe werkt naar een probleemloos leven en eeuwigdurend geluk, dan is het natuurlijk gedoemd te mislukken.
    Als je die mislukking vervolgens weer generaliseert, dan heb je ‘echt een heel zwaar leven’.
    Jezelf opbeuren door te zeggen dat ‘alles goed komt’, werkt dus ook averechts. De uitdaging is juist om te leren een meer genuanceerde denkstijl te ontwikkelen.

  • Interne voorstelling
    Informatie komt binnen via onze zintuigen. Onze hersenen verwerken die informatie en maken er een ‘interne voorstelling’ van. Die voorstelling bestaat uit een combinatie van modaliteiten: beelden, geluiden, gevoelens, smaken, geuren, en intern dialoog (praten tegen jezelf).
    Die modaliteiten bestaan zelf ook kleinere  bouwstenen: submodaliteiten. Zo kan een beeld bijvoorbeeld in kleur zijn, of in zwartwit. Een geluid kan hard zijn, of zacht. Al die bouwsteentjes bij elkaar vormen een soort code waarmee wij onze voorstellingen ordenen en betekenis geven.

    Iedereen doet dit op een andere manier. Sterker nog: je doet het zelf ook op verschillende manieren. Zo codeer je een vervelende herinnering, anders dan een leuke. De manier waarop je jouw voorstellingen codeert, heeft een enorme impact op hoe je ze beleeft. Iemand die zich vaak goed voelt, maakt andere interne voorstellingen dan iemand die zich vaak rot voelt.

    Iemand die gelukkig is, codeert leuke herinneringen vaak op een hele intense, levendige manier. De beelden zijn bijvoorbeeld kleurig, dichtbij, volledig geassocieerd, enzovoort. De vervelende herinneringen worden juist gecodeerd op een manier die minder impact maakt: ver weg, klein, gedissocieerd, enz. De leuke herinneringen worden daardoor als ‘echt’ en ‘significant’ beleefd.

    Iemand die zichzelf deprimeert, doet eigenlijk het omgekeerde. Hierdoor worden de negatieve gedachten heel reëel en indringend, terwijl de positieve gedachten juist in het niet vallen.
    Het uitpluizen en aanpassen van deze codering kan dan ook een enorm verschil maken.

  • Tijdsoriëntatie
    Sommige mensen zijn sterk gericht op het verleden. Anderen meer op het heden, of op de toekomst. Om je goed te voelen, heb je hierin enige mate van flexibiliteit nodig. Iemand die vastgeroest is in het verleden, bekijkt het heden en de toekomst door een bril van vroegere ervaringen. Onder het kopje ‘interne voorstelling’ omschreef ik hoe iemand ervaringen kan ‘coderen’ als vervelend door middel van bepaalde submodaliteiten. Als je het heden en de toekomst door diezelfde ‘filter’ ziet, dan wordt dat niet bepaald aantrekkelijk.
    Wat wel aantrekkelijk lijkt, is praten met iemand (een therapeut…) die samen met jou het verleden in duikt, om eens lekker te gaan graven in al die nare ervaringen. Zo wordt de uitzichtloosheid wat betreft de toekomst nog eens extra bevestigd.
    Het is zinvoller om de aandacht te richten op de toekomst: een doel, positief geformuleerd.
    Met aangescherpte submodaliteiten, zodat het zo levendig en aantrekkelijk mogelijk wordt.

  • Negative self-talk
    Iedereen praat tegen zichzelf, al doet iedereen dit in een andere mate. Daar is helemaal niets mis mee. Het hangt er vanaf hoe je het doet. Stel, er gebeurt iets vervelends. Of je voelt je even niet zo lekker. Vervolgens ga je in jezelf praten over hoe naar dat is. Je vertelt jezelf dat het vast nooit meer over gaat, want alles is kut. En dan geef je jezelf op je kop dat je zo stom doet.
    Grote kans dat je je dan nog slechter voelt. Om daar dan weer in jezelf over te gaan praten.
    Dit is een vicieuze cirkel waarmee je er feilloos in slaagt jezelf vast te zetten in die depressieve state. In behandelingen levert het een extra uitdaging op, omdat je ook in jezelf kunt praten over het feit dat die hele behandeling nooit gaat werken. Bewustwording is key, om vervolgens dit interne dialoog te veranderen. Je kunt de woorden veranderen, of juist de manier waarop het gezegd wordt (stem, tonaliteit, enz). Hier kun je dus ook aan de slag met de submodaliteiten.

  • Gevoel afsluiten
    Depressie is geen emotie, het is eerder een reactie op onverwerkte emoties. Het onderdrukken van een emotie, is als het onderwater drukken van een strandbal. Het kost veel energie, en er komt hoe dan ook een moment dat de bal weer omhoog floept. Zelfs op chemisch niveau is een emotie letterlijk ‘energie in beweging’. Die beweging heeft maar één kant op: eruit.
    Onverwerkte emoties kunnen dan ook heel wat schade aanrichten, geestelijk en lichamelijk.

    Veel mensen zijn bang (geworden) om te voelen. Ze leven in hun hoofd. Gevoelens worden beredeneerd en afgewezen, in plaats van gevoeld. Zelfs ‘in het lichaam aanwezig zijn’ wordt vermeden. Maar emoties hebben altijd een boodschap die afgeleverd moet worden. Door ze te onderdrukken loop je belangrijke informatie mis. Je verliest de connectie met jezelf, en van daaruit vaak ook met anderen. Tegelijkertijd zet je enorm veel energie vast in je systeem.
    Je implodeert, je voelt je leeg en verdoofd…behalve wanneer die strandbal met zoveel kracht omhoog schiet dat al die opgekropte energie je overspoelt. Het leren erkennen, voelen en verwerken van emoties, zowel oud en nieuw, is van groot belang.

    We kunnen het niet hebben over gevoel, zonder ook te praten over het lichaam en beweging. Fysiologie is een belangrijke component in het creëren van een state. Depressieve gevoelens kun je heel goed in stand houden door weinig te bewegen, en een bepaalde lichaamshouding aan te nemen. Duik in elkaar, kijk naar de grond, haal oppervlakkig adem…en zie je nu maar eens vrolijk en energiek te voelen. Als jij de therapeut bent, die verandering teweeg wil brengen met een client die zo tegenover je zit: succes ermee. Kom uit die stoel, kom in beweging. Letterlijk en figuurlijk. 


Oplossingen

Ik besef dat de lengte van deze blog al een aardige aanslag is op menig spanningsboog. Graag doe ik toch nog een kleine handreiking wat betreft het herkennen en veranderen van de bovengenoemde patronen. In een toekomstige blog ga ik hier graag dieper op in.

  • Individu: Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Iedereen is anders. Iedereen heeft een ander verhaal, andere behoeften, een ander proces. Zelfs als de symptomen en de patronen gelijkenissen vertonen. Iedereen verdient het dan ook als individu benaderd te worden.
  • Lichaamswerk: Depressie wordt vaak aangepakt op cognitief niveau. Maar dit is maar een enkel aspect van een complex proces. Het lichaam is een belangrijk onderdeel van het geheel.
    Uit het hoofd, in het lijf. De connectie herstellen, innerlijke sensaties herkennen en omarmen, emoties en grenzen leren aanvoelen en respecteren. Onverwerkte trauma’s oplossen. Terug in het hier-en-nu komen. Dit kun je allemaal niet doen zonder het lichaam erbij te betrekken.
    Er zijn verschillende manieren om dit te doen. Sporten, wandelen, dansen, yoga, massage… Een tip voor iedereen: leer Trauma & Tension Releasing Exercises (TRE).
  • Taalpatronen: De patronen die ik in deze blog beschreef, kun je gemakkelijk herkennen aan de taalpatronen die iemand gebruikt. Met de juiste vragen kun je vervolgens iemand helpen bewust te worden van z’n eigen proces, en begeleiden in het ontwikkelen van nieuwe denkstrategieën. In de NLP doen wij dit met behulp van het Metamodel. Dit kun je leren, bijvoorbeeld met een NLP-practitioner training.
  • Submodaliteiten: De bouwstenen van jouw interne voorstelling (submodaliteiten), die kun je boven water halen en wijzigen. Hetzelfde geldt voor onderliggende (beperkende) overtuigingen en waarden. Dit is relatief eenvoudig, en het heeft een enorme impact. Ook dit is onderdeel van een NLP-Practitioner training. 
  • Voeding: Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je darmen communiceren voortdurend met je hersenen, en andersom. Het loont om het eetpatroon onder de loep te nemen.

En…..Zit jij al achter het stuur? 😉

Bronnen

  • Seligman, M.E.P. Learned Optimism, Random House, Sydney, 1997
  • Yapko, M.D. Hypnosis And The Treatment Of Depressions, Brunner/Mazel, New York, 1992
  • Kelly, John R., et al. “Transferring the blues: depression-associated gut microbiota induces neurobehavioural changes in the rat.” Journal of psychiatric research 82 (2016)
  • Grindler J, Bandler R. The structure of magic: a book about language and therapy. Oxford: Science and Behaviour; 1979


Laat een reactie achter